Deze website over Bouviers is onafhankelijk van opzet. De makers willen proberen U zo objectief mogelijk informatie aan te bieden.

English version

 

ABHB-vakartikel

 

Trimschema                                      

 

Geschreven door Jet Bijen-Veldhoen.

 

Eigenlijk is de introductie van de Bouvier bij trimmers overbodig. Zij zien deze ruwharige herdershond zo vaak op de trimtafel. De Vlaamse veedrijver was in het oude Vlaamse land de gebruikshond bij uitstek. Hij hielp de koedrijvers en was trek- en karnhond en bewaakte de hofsteden. Het werk is reeds lang geleden ingeruild voor de functie van gezelschapsdier, al wordt er nog veel getraind met Bouviers in de africhting.

 

In de jaren 80 stond de Bouvier Belge des Flandres bovenaan de lijst der populairste hondenrassen en is het ras toch op een aantal plaatsen wezenlijk veranderd. De “gedrongen, sterke hond, schrander, wilskrachtig, bezadigd en verstandig” heeft zijn “ruige, droge, lichtjes warrelige vacht” veelal verruilt. De standaard vraagt nog steeds hetzelfde, maar de werkelijkheid voorziet in een overvloedige uitvoering van de beharing, ook aan hoofd en benen, waardoor een andere verschijning is ontstaan.

 

Een discussiestuk

Op dit moment worden Bouviers geschoren en geknipt, geëffileerd en geplukt, er is geen ééndracht in de vachtbehandeling. Daardoor zijn er ook veel prijsverschillen bij de trimmers onderling en het lijkt erop dat de klant voorkeur heeft voor de goedkoopste behandeling; scheren en knippen. Iedereen weet dat een ruwharige hond geplukt moet worden, maar met het overvloediger worden van de bouviervacht, is deze ook zachter geworden en lijkt er een excuus gevormd; een zachte vacht plukt moeilijker en uiteindelijk kiest men voor de schaar. Mijn persoonlijke ervaring heeft mij geleerd, dat elke Bouvier nog te plukken is, ( ook ná knippen en scheren), maar het kost wel enige vaardigheid. De ervaring leert dat ook de klant de goede kant op wil, mits goed uitleg wordt gegeven. De Bouvier, die in model geknipt of geschoren wordt, zal frequenter moeten terug moeten komen in de salon, dan zijn grotendeels geplukte broer. Geknipt haar verliest aan hardheid en kleur, vooral na een aantal jaren en is moeilijker klitvrij te houden. Vachtproblemen als jeuk komen bij knip en plukvachten voor, net als schilferende huiden, allergieën en de gevolgen daarvan, maar bij de geplukte hond is de vacht niet snel verstikt en dat is toch vaak de oorzaak van de ellende. Elke trimmer zal zijn eigen technieken hanteren, of ze combineren, we doen allemaal ons best tenslotte. Maar misschien is de volgende werkbeschrijving een aanleiding om toch een uniform getrimde Boef te kunnen afleveren.

 

Het trimschema voor de huishond, ofwel; maak de borst maar nat.

We beginnen met het uitplukken van de bovenvacht achter de schedel. (A) men plukt met de vingers of met een gemakkelijk in de hand liggend trimmes, waarbij krijtpoeder een plezierig hulpmiddel is. Bij Bouviers met een dunne ondervacht (of die geknipt werden bij hun laatste trimbeurt) is het niet verstandig de vacht eerst grondig uit te kammen; de ondervacht zit altijd los en zal dan gaten of dunne plekken te zien geven. Vanaf de nek worden rug en schouders, flanken en staart geplukt. De borst trimmen we vanonder het hoofd richting borstbeen (B), daar stoppen we even en laten we de hond (gaan) zitten. Pluk de borst nu uit tot aan de voorbenen. Het haar onder de ribben plukken we ook vrij kort, de buiklijn van de Bouvier is vrij recht.

 

De Achterhand.

De staart is rondom goed kortgeplukt, het spiegeltje en de anus (C) kunnen worden kortgeknipt of geëffileerd. Door dit deel goed kort te maken, accentueert u de korte gedrongen bouw. Trek een denkbeeldige lijn van het spiegeltje (C) naar punt (D), dit ligt ongeveer een duimlengte boven de liesplooi. Rond deze lijn (C-D) begint men een vloeiende overgang te maken naar de iets langer behaarde dijen. De Bouvier draagt niet echt een broek, maar de standaard verlangt een brede achterhand, een breed, zeer goed gespierd dijbeen, machtig aanzien, een lage schenkel, “gevuld en ferm gevleesd”. Dit recept verbiedt ons bijna om de achterbenen tot aan de sprong kaal te maken. Over het algemeen is de beenbeharing heel goed uit te dunnen door plukken en anders kan er geëffileerd worden om het gewenste resultaat te bereiken; de knie blijft wat voller dan de knieholte (E), om de hoeking te benadrukken. Vlak onder de gladde spiegel blijft een fractie meer haar op de zitbeenderen staan. De voeten worden zorgvuldig rondgeknipt, maar maak er geen taps toelopende pootjes van. De sprong moet laag zijn, en wordt dus schuin naar de voet in model geknipt. Controleer de Bouvier aan de achterkant, werk eventueel uitstekende haren met de (effileer)schaar bij.

 

De Voorbenen.

De raspunten spreken over rechte, gespierde en zwaar bebotte voorbenen. Laat de ellebogen mooi aansluiten aan de schouder. De voorzijde wordt geplukt, evenals de binnen- en buitenkant. Neem steeds even afstand ter controle; de benen moeten kaarsrecht zijn. Knip de voeten rond en kort en vergeet de eventuele grote klitten tussen de voetzolen niet. Bouviers hebben vaak enorm harde kluiten tussen de zoolkussens, die door de diepte van de voet moeilijk bereikbaar zijn. Een tip hierbij: maak een beginnetje voor het uitknippen door op diverse plaatsen de schaar met gesloten bladen onder de klit door te “boren”. Eenmaal onder de klit, opent men de schaar een klein stukje. Op deze wijze beschadigd de voetzool niet zo snel als men de klit in kleine delen kan uitknippen.

De afwerking van de voorbenen: de achterkant van het voorbeen wordt vanaf de elleboog iets gewelfd naar beneden geknipt. Hierdoor lijkt de elleboog wat dichter bij de borst aangesloten en de hond is optisch korter. Door de elleboog iets naar buiten te draaien is ook het gedeelte rond het hieltje en de duim netjes glad af te werken, met schaar of effileerschaar.

De buiklijn wordt vrij recht afgewerkt met de schaar; geen welving en geen opgetrokken buik, dat doet weer afbreuk aan de gedrongen bouw. Let hier goed op, met name bij de reuen, omdat bij het vrijknippen van de geslachtsdelen de massieve lijn verloren kan gaan.

 

Het Hoofd.

 

Sinds enkele jaren zijn niet alle Bouviers door het aangescherpte coupeerverbod.

Daardoor zijn er ook weer andere behandelwijzen voor het hoofd. Zowel het gecoupeerde als het gave oor worden kort geschoren met een 3 mm-scheerkop, aan binnen- en buitenzijde. De gecoupeerde Boef wordt verder met de 3 mm-kop geschoren op de schedel vanaf de wenkbrauwbogen (1) tot aan de binnenzijde van het oor (2), zodat er een driehoeksvorm ontstaat. De schedel van de hond met gave oren behandelt men met een iets langere scheerkop of een effileerschaar, door een iets langere beharing op de schedel lijken de oren iets beter aan te sluiten. De wangen blijven vol behaard, maar het gedeelte tussen de mondhoeken en de keel mag kort gemaakt worden met schaar of effileerschaar. De overgangen tussen gladdere schedel en volbehaarde wangen worden met de effileerschaar vloeiend gemaakt. Pas op dat de schedel niet smaller wordt door deze lijn af te laten zakken. De ogen moeten zichtbaar zijn en volgens de Belgische Standaard worden er zelfs “opstaande wenkbrauwen”verlangd. Doorgaans korten we de buitenooghoeken in, zonder de voorlok op de neus te knippen. Het is een beetje een nieuwe mode geworden om het hoofd verder vol te laten, maar voor de doorsnee huishond blijkt dit toch niet praktisch. Met de (effileer)schaar kan men de overgangen van de langbehaarde wangen naar de hals eventueel iets inkorten.

 

De vacht van de Bouvier is uiteraard alleen goed te plukken als deze goed rijp is. Normaal gesproken kan dit 2 keer per jaar. De hond blijft natuurlijk mooier in model als hoofd, benen en “kontje” tussendoor bijgehouden worden. Als de eigenaar voor een dergelijk tussenbeurtje kiest, kan men de hond optimaal geplukt houden. Mocht het nodig zijn, omdat het haar wel erg lang maar nog niet rijp is, dan kan het ook geen kwaad iets te knippen waar nodig. Als er de volgende trimbeurt weer geplukt wordt kan dit absoluut geen kwaad.

Een reden om niet te plukken, is vaak het feit dat er maar weinig of geen onderwol aanwezig is. Dit heeft vrijwel altijd de volgende oorzaken:

·        de wol is eruit gekamd

·        de vacht is de vorige keer geknipt geweest

·        bij het plukken pakt men te diep in de vacht, waarbij de ondervacht meekomt

·        de hond heeft problemen met stofwisseling- en hormoonstoornissen.(schijndracht). Castraten hebben hier

          meestal geen last van.

 

 

 

 

Speciaal vraag ik de aandacht voor honden met kale plekken ( vaak gepigmenteerd) en verder vreemd hard, stug haar zonder wol, een dikkige uiterlijk, stijve bewegingen, een zeer zielige blik in de ogen en met voorkeur voor warme plaatsen. Dit zijn honden met de schildklierafwijking hypothyroidie, waarvoor nader bloedonderzoek nodig is en medicijnen die de Bouvier weer in de oude staat kunnen brengen. Deze afwijking komt zoveel voor bij de Bouviers, dat ze het vermelden waard zijn. Succes!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met dank aan: P. v/d Berg-Lohmuller

Met toestemming van: J v. Hulst en Jet Bijen-Veldhoen.

Bericht aan Webbeheerder

Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel  neem contact op met uw dierenarts.