![]() ![]()
|
|
|
Onderzoek naar prostaatkanker Astrid Jagtenberg, verantwoordelijk voor het DNA onderzoek Karen van der Meijden, verantwoordelijk voor het hormoononderzoek Henry L'eplattenier, begeleider van dit project en werkzaam aan de universiteitskliniek Afgelopen zomer, zijn er oproepen opgehangen in de universiteitskliniek. Oproepen aan eigenaren van Bouviers om mee te werken aan een onderzoek naar prostaatkanker bij honden. Bij aanvang van het onderzoek bleek er echter niet voldoende bloed te zijn. Nadat de bestanden van de kliniek nagekeken waren op Bouviers en ingedeeld waren op regio, zijn de eigenaren benaderd, om toestemming te vragen om bloed van de hond af te komen nemen. Daar opvolgend zijn er verscheidene regio´s bezocht om bloed af te nemen bij honden. Ook is de Bouvierclub benaderd om een oproep te mogen plaatsen in het clubblad. De club heeft gewezen op het Bouvierforum, ook daar is een oproep geplaatst.
Wij kregen ook aanmeldingen van mensen die niet bepaald in de regio Utrecht wonen. Er zijn verschillende mensen naar hun eigen dierenarts gegaan om daar bloed af te laten nemen, nadat wij contact gezocht hadden met de betreffende dierenarts. Al met al, zijn er via verschillende wegen, zoveel reactie´s binnengekomen, zodat er voldoende bloed was om het onderzoek te beginnen.
Prostaatkanker bij de hond
Prostaatkanker bij de hond vertoont verschillende overeenkomsten met prostaatkanker bij de mens. Net als mensen, kunnen honden ook spontaan prostaatkanker ontwikkelen. Oudere individuen hebben een hogere kans op het ontwikkelen van prostaatkanker dan jongere. Ook zijn er verschillen. Terwijl prostaatkanker bij mensen vrij veel voorkomt, komt het bij de hond zelden voor. Er is ontdekt dat het bij Bouviers acht keer vaker voorkomt dan bij andere rassen. Wij willen erachter komen waarom dit zo is. Hiervoor gaan we kijken naar het DNA en naar de hormoonspiegels bij Bouviers. We hopen een relatie te vinden tussen het hogere risico op het ontwikkelen van prostaatkanker en de hormoonspiegels of het DNA. We kijken hierbij specifiek naar het DNA van de androgeenreceptor. Deze receptor bindt testosteron en speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de prostaat. Bij mensen is een relatie gevonden in het DNA van de androgeenreceptor en de kans op het voorkomen van prostaatkanker. Zo hebben Afrikaanse mannen een hogere kans op het ontstaan van prostaatkanker dan Aziatische mannen. Deze kans hebben verschillende wetenschappers gekoppeld aan een verschil in het DNA van de androgeenreceptor. Wij willen kijken of er eenzelfde relatie bestaat bij honden. Om dit te kunnen onderzoeken hebben wij bloed afgenomen bij Bouviers. Dit hebben wij verdeeld in twee buisjes, de ene is voor de hormoonbepalingen en de ander is voor het DNA onderzoek. Ikzelf ga mij bezig houden met het DNA onderzoek. Ik ben begonnen met DNA te isoleren uit het bloed en op het verkregen DNA ga ik analyses uitvoeren. Karen gaat zich bezig houden met de hormoonbepalingen. In december ronden wij de onderzoeken af en dan zal ik de resultaten vertellen en toelichten.
Het onderzoek naar het voorkomen van prostaatkanker bij de Bouvier bestond uit twee delen: een DNA gedeelte en een hormoongedeelte. Bij het DNA gedeelte waar ik zelf verantwoordelijk voor was, hebben we gekeken naar een specifiek stukje DNA en dit stukje DNA bij Bouviers vergeleken met andere rassen. Bij de mens zijn lengteverschillen in dit specifieke stuk DNA gekoppeld aan een verhoogde kans op het ontstaan van prostaatkanker. We hebben uiteindelijk naar 6 verschillende rassen gekeken en een laatste groep honden met allerlei rassen (de restgroep). Deze groepen hebben we met elkaar vergeleken, waarbij we een verschil in DNA bij de Bouvier verwachtten, in vergelijking met de andere rassen. De resultaten laten echter zien dat er helemaal geen verschil is in het DNA van de Bouviers vergeleken met andere rassen, de Bouvier zat steeds in het gemiddelde. In het DNA alleen is daarom geen verklaring te vinden die het voorkomen van de prostaatkanker verklaard. Bij het hormoongedeelte zijn in de afgenomen bloedmonsters de concentraties van verschillende geslachtshormonen bepaald en vergeleken met de concentraties bij andere rassen. Uit het onderzoek is gebleken dat een aanzienlijk deel van de Bouviers een hogere testosteronconcentratie in het bloed heeft dan gemiddeld. Er lijkt zelfs sprake te zijn van een tweedeling binnen de populatie Bouviers. Ongeveer de helft van de Bouviers had een duidelijk hoger testosterongehalte en de andere helft had een concentratie rond het gemiddelde. Als we daarnaast de twee onderzoeken naast elkaar leggen lijkt het dat een bepaald stukje DNA in het gen voor de geslachtshormoonreceptor vaker voorkomt bij Bouviers met een hoger testosteronniveau. Om dit verder te onderzoeken wordt er op dit moment met een vervolgonderzoek gestart naar de relatie tussen het hogere testosterongehalte en het stukje DNA. Hiervoor is weer een oproep gedaan op het Bouvierforum op internet. Omdat er een tweedeling binnen de populatie Bouviers lijkt te bestaan wat betreft de testosteronconcentraties rijst de verdenking dat dit een erfelijke achtergrond heeft. Om dit te kunnen onderzoeken worden nu ook de stamboomgegevens van de in het onderzoek gebruikte en te gebruiken Bouviers meegenomen. Met dank aan: Astrid Jagtenberg |
|
Bericht aan
Webbeheerder
Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel neem contact op met uw dierenarts. |