|

| |
|
 |
Verlag van Dhr. D.J.
Baars |
Back
"Met veel plezier heb ik de
Bouviers op de CAC/CACIB-show in Leiden op 24 maart gekeurd. Het duurde even
voor we aan de beurt waren, maar het was het wachten meer dan waard. Hoewel de
aantallen die op een show worden
ingeschreven niet de getallen zijn die dit mooie ras verdient,was de kwaliteit
enorm goed.
De maat van de honden varieerde tussen groot en middelgroot zonder dat de
standaardgrenzen werden overschreden;daar waar mogelijk gaf ik de voorkeur aan
honden in de middenrange.
Prijzenswaardig waren de mooie vierkant gebouwde honden met goed bone en ruim
voldoende bespiering. Een enkele hond was niet diep genoeg in borst; een van de
onderdelen waarbij bewezen wordt dat je een Bouvier onmogelijk alleen met het
oog kan keuren.
Opvallend goed waren de hoofden qua omvang en belijning. Eigenlijk geen enkele
hond kreeg de opmerking dat de parallelliteit niet goed was. De schedel -snuit
verhouding was i.h.a. prima. De gebitten correct met soms wel heel erg mooie
grote sterke elementen. De oogkleur was goed te noemen, maar aan de oogvorm
blijft het een en ander te wensen: het zo rastypische licht ovale oog wordt te
weinig gezien. Jammer is - maar ik ben vermoedelijk een roepende in de woestijn
- dat het oog bijna altijd bedekt wordt door zoveel garnituur; een enkele keer
moest ik echt graven...
De hoekingen in de voorhand waren in praktisch alle gevallen goed, te weten
matig schuin, zoals de standaard dat vraagt. De standaard vraagt daarbij ook
matig schuin geleken hoekingen in de achterhand, maar jammergenoeg werden daar
heel veel te sterke hoekingen gezien of gevoeld. Dat schaadt de harmonie en het
geeft geen efficient gangwerk.
Algemene tevredenheid ook over de structuur van de haren, hoewel de trim af en
toe ook op het lichaam wat te overvloedig is. Gek genoeg waren er ook enkele
honden waar wat veel haar op de hak zat, terwijl de hoeking juist niet
overdreven (= goed) was.
Tussen de temperamenten gelukkig geen bange honden, hoogop een onwennige hond;
wel een flink aantal honden die wat weinig activiteit toonde; de standaard
beschrijft wel dat de bouvier een kalme hond moet zijn, maar hij mag natuurlijk
niet sloom lijken.
De gangwerken waren goed tot zeer goed, voorzover dat in een kleine ring tot
zijn recht kon komen.
Finale beslissingen kon ik nemen door tussen de prachtige honden die ik per klas
overhield, die honden te nemen die er niet alleen als een blok uitzagen maar ook
zo voelden.
Jammer genoeg kunnen er per geslacht maar 1 kampioen en 1 reservekampioen worden
aangewezen. Wat zouden de aanwezige honden het verdiend hebben als er meer te
halen was geweest.
Dick J. Baars"
Back
|