Verstikking

Deze website over Bouviers is onafhankelijk van opzet. De makers willen proberen U zo objectief mogelijk informatie aan te bieden.

English version

 

Start
Omhoog

Verstikking:

Met regelmaat kiezen hondeneigenaren er voor om hun hond geen brokken meer te geven maar over te gaan op BARF.

Barf is het voeren van rauwe stukken vlees, orgaan en vleesbotten.

Uiteraard kunt u dit niet zo maar doen. Voordat u daar aan begint zal u zichzelf goed op de hoogte moeten stellen van deze manier van voeren.

U zal afgepaste percentages van zowel, vlees, organen en botten van verschillende diersoorten moeten geven, zodat er een evenwichtige voeding ontstaat. Lees hier alles over op www.barfplaats.nl

Veel mensen vinden het eng om vleesbotten aan de hond te voeren. Hier onder staan een aantal tips om problemen te voorkomen.

Om op een verantwoorde en veilige wijze vleesbotten te kunnen voeren, kun je de volgende zaken in acht nemen:

  • Geen vleesbot aan brok-etende honden: Honden die brokken eten hebben minder zuur maagzuur, doordat brokken koolhydraatrijk zijn. Als je persé wel vleesbot aan brok-etende honden wil geven: wees tenminste zeer voorzichtig en voer alleen zachte vleesbotten van kleine dieren zoals kip, eend, konijn, parelhoen. Geef in ieder geval nooit brok en bot in 1 maaltijd.
  • Leren kluiven: Honden die nog nooit botten hebben gegeten, moeten soms leren om op vleesbotten te kluiven. Sommige honden vinden het prettig wanneer je het vleesbot vast houdt, zodat ze eraan kunnen knabbelen. Andere honden worden daar juist feller van, willen het bot uit je handen rukken en schrokken het dan versnelt op. Doet je hond het laatste, is het veiliger om het bot direct aan je hond te geven.
  • 'Leren' verteren: Honden die nog nooit botten hebben gegeten moeten vleesbotten leren te verteren. Geef daarom de eerste weken alleen zachte vleesbotten van kleine dieren. Begin bijvoorkeur bij kippennekken of eendennekken, plet deze met een vleeshamer.
  • Inslikken van nekken: De meeste middelgrote en grote honden slikken kippennekken en eendennekken in 1 keer door. Schrik daar niet van. Maar dit is dus de reden waarom we aanraden de nekken te pletten met een hamertje. Kippen en eendennekken zijn namelijk bedoeld de hond vleesbot te leren verteren. Als ze in 1 keer worden ingeslikt: kan dat geen kwaad. Zodra de nekken goed worden verteerd, kun je overstappen naar grotere vleesbotten van kleinere dieren, die niet in 1 keer ingeslikt worden.
  • Grotere vleesbotten van kleine dieren zijn : Delen van hele kip of hele parelhoen of hele eend of hele konijnen of kwartel of fazant of de karkassen daarvan.
  • Volgende stap na de nekken : Als de nekken goed verteren, stap dan over op andere vleesbotten van kleinere dieren. Zoals kippenvleugel (deze kan goed geplet met een vleeshamer of snoeischaar ook als beginnersbot gegeven worden in plaats van nekken), kipkarkas, eendkarkas, parelhoenkarkas, konijnkarkas, hele konijnen of parelhoenders, hele kwartel, etc.
  • Volgende stap na vleesbot van kleine dieren : Pas als deze vleesbotten van kleine dieren probleemloos gegeten en verteerd worden, stap dan pas over op vleesbotten van grotere dieren. Dit is overigens niet noodzakelijk. Honden halen voldoende voedingsstoffen uit alleen vleesbotten van kleinere dieren. Zelfs voor kluifwerk hebben ze geen vleesbotten van grotere dieren nodig. Geef voor goed kluifwerk gewoon een hele of halve kip of eend of parelhoen. Kluifwerk genoeg!
  • Geschikte vleesbotten van grotere dieren 1 : Geef alleen vleesbotten van jonge grotere dieren zoals lam, jong geit, jong hert, kalf, etc. Botten van oudere dieren kunnen het gebit beschadigen. Bovendien verteren de botten slecht/moeilijk.
  • Geschikte vleesbotten van grotere dieren 2 : Geef alleen vleesbotten van jonge grotere dieren die geen gewicht hebben gedragen dus nek, ribben, heupen, schouders of schedel.
  • Ronduit gevaarlijke botten : geef nooit 1 enkele rib! Honden kunnen deze in 1 keer inslikken. Honden kunnen daar in stikken of het bot kan een obstructie veroorzaken. Kijk om dezelfde reden uit met kalkoennek en ossen of kalfsstaart.
  • Geef geen gewichtdragende botten : Geef geen vleesbotten van grotere dieren die gewicht hebben gedragen. Dus geen knie of poot. Kippenpoot kan wel: kip wordt altijd jong geslacht. Kippenpoot is geen geschikt beginnersbot.
  • Geef nooit kale vleesbotten : Zorg dat er altijd meer dan 50% vlees aan het bot zit. Twijfel je of het vleesbot voldoende vlees bevat: geef er dan extra pens of spiervlees bij. Beter wat meer vlees dan te weinig vlees.
  • Geef nooit gekookte botten : Geef nooit gekookte botten. Gekookte botten veranderen van structuur en worden knetterhard en gaan splinteren. Ze kunnen schade aan gebit en spijsverteringssysteem veroorzaken!
  • Liever niet: Geef liever geen vleesbotten van grote dieren op de nuchtere maag aan beginnende barfhonden (niet iedere hond verteerd deze goed) of geef er extra pens of spiervlees bij.
  • Als de ontlasting wit en zeer kalkachtig is : was de verhouding bot / vlees niet optimaal. Wees erop bedacht dat te kale of te harde botten obstipatie kunnen veroorzaken. Geef voortaan minder grote/minder kale botten. Op zich is een keertje witte ontlasting niet erg. Maar structureel witte/kalkachtige ontlasting betekent teveel bot of te kaal bot.
  • Obstipatie: Als je hond de dag na het eten niet kan ontlasten: heb je teveel of te kaal bot gegeven. Het is niet de bedoeling dat een hond structureel moeilijk ontlast! Geef minder kaal bot of minder bot. Gebruik alleen in overleg met een dierenarts eventueel een klisma om de hond te helpen bij het ontlasten
  • Notitie : Vleesbotten van grote dieren veroorzaken meer problemen met obstipatie dan vleesbotten van kleinere dieren. Botten van kleinere dieren zijn altijd zachter en makkelijker te verteren. Zeker voor de beginnende hond!
  • Toezicht : Geef nooit vleesbotten zonder dat er toezicht is. Nooit. Een bot kan vast komen te zitten tussen de kiezen. Of nog erger, in de keel of luchtpijp schieten (zie Heimlich procedure). Je moet erbij zijn om direct in de kunnen grijpen.
  • Maag/darmobstructie : Botten kunnen ook vast komen te zitten in het spijsverteringskanaal. Wees daarop bedacht. Ga onmiddellijk naar de dierenarts indien je een obstructie vermoed.
  • Symptomen van obstructie zijn : misselijkheid, steeds overgeven, niet kunnen ontlasten, buikpijn. Weet dat bot op röntgenfoto zichtbaar is! Een röntgenfoto kan dus duidelijkheid scheppen over of er een bot-obstructie zit of niet.
  • Honden braken soms stukjes bot uit : Dit gaat vaak gepaard met geel slijm. Op zich niet iets om je ongerust over te maken. Wat niet verteerd kan worden, spuugt de hond uit. Een normale reactie van het lichaam. Kijk wel of dit steeds bij dezelfde botten gebeurd en schrap deze zonodig van het menu.
  • Een gewaarschuwd mens telt voor twee : Het lijkt misschien (het bovenstaande gelezen te hebben) dat er dagelijks dingen mis gaan met het eten van botten. Dit is niet het geval. Er gaat gelukkig zelden iets mis. Maar, niets in het leven is helemaal zonder gevaar en ik vind dat iedereen zich van mogelijke gevaren bewust moet zijn. 

Wat te doen als een hond zich in een voorwerp (dus bijv. een vleesbot) verslikt:

  • Als een hond in een voorwerp dreigt te stikken, dan is het raadzaam eerst te proberen dit voorwerp uit de luchtweg te verwijderen.

Indien dit niet mogelijk is, pas dan de Heimlich Procedure toe.

  • Til de hond onderste boven op, met zijn rug tegen jouw borst.
  • Duw eerst met je hand/arm lichtjes onder de ribben om te voelen of je onder de ribben zit
  • Geef nu met beide armen 5 zeer korte en krachtige duwen in de buikholte, onder de ribben
  • Kijk of het voorwerp tevoorschijn komt in de bek/begin luchtweg. Zo ja: verwijder en geef neus op mond beademing. Zo niet, ga terug naar stap 1

 

Hoe past u de Heimlichprocedure toe bij de hond

Indien je hond te groot is om hem op te tillen,

voer de procedure als volgt uit:

© 2007 Door: Lizzy Plat-Coelers www.barfplaats.nl

Bericht aan Webbeheerder

Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel  neem contact op met uw dierenarts.