|


| |
Veel gestelde vragen over Natuurlijke Rauwe Voeding
-
“Ik heb altijd gehoord dat
rauwe botten zouden splinteren en dat honden er in zouden kunnen stikken. Is
dat niet waar dan?
-
“Ik vertelde mijn dierenarts over het feit dat ik rauw voerde. Hij
waarschuwde me toen voor het “all meat syndrome” is dit gevaarlijk en wat
betekent het precies?”
-
“Ik wil graag de overstap maken naar rauwe, zelf samengestelde voeding. Maar
hoe ben ik er van verzekert dat mijn hond niks tekort komt?”
-
“Maar honden worden toch agressief van rauw vlees. Gaan ze er geen dieren
door doden?”
-
“Als ik zelf de voeding wil bereiden, moet ik dan naast spiervlees,
orgaanvlees en bot nog wat bijgeven?”
-
“Wat is allemaal geschikt om te geven aan de hond?”

Vraag 1:
“Ik heb altijd gehoord dat
rauwe botten zouden splinteren en dat honden er in zouden kunnen stikken. Is
dat niet waar dan?”
Antwoord:
Nee. Het is
uiterst van belang dat alle botten rauw zijn. Botten die gekookt, gerookt,
gebakken of anderszins verhit zijn zullen splinteren omdat ze veranderen van
structuur. Deze botten worden hard, de buigzaamheid gaat eraf en gaan
splinteren. Deze botten zijn wel levensgevaarlijk: zij kunnen maag en
darmperforaties veroorzaken. Het is bij het geven van botten van belang dat
je altijd botten verstrekt die niet in zijn geheel kan worden ingeslikt bij
een al te gulzige hond. Indien je hond geen botten gewend is begin dan met
de botten van een kip. Indien jouw hond niet goed kauwt sla dan even de
botjes plat met een hamer.
Vraag 2:
“Ik vertelde mijn dierenarts over het feit dat ik rauw voerde. Hij
waarschuwde me toen voor het “all meat syndrome” is dit gevaarlijk en wat
betekent het precies?”
Antwoord:
De
term ‘"all-meat-syndrome" zal je in de nochtans vaak Engelstalige
wetenschappelijke literatuur niet tegenkomen omdat het simpelweg geen
wetenschappelijke term is. Toch bestaat het wel degelijk maar in feite gaat
het om "secundaire nutritionele hyperparathyroïdie", wat zoveel wil zeggen
als een over activiteit van de bijschildklier ten gevolge van verkeerde
voeding. Als een dier enkel fosfor, wat overmatig aanwezig is in
(orgaan)vlees krijgt, en geen calcium (overvloedig aanwezig in bot) dan gaat
de bijschildklier op dit relatieve calciumtekort reageren door meer
parathormoon te gaan produceren. Parathormoon is een hormoon, dat samen met
vitamine D en calcitonine het calciumgehalte van het lichaam reguleert. Dit
parathormoon zal ervoor zorgen dat de calciumconcentratie in het bloed weer
voldoende hoog wordt. Maar aangezien het calcium in dit geval dus niet uit
de voeding kan komen, zal deze aan de eigen botten onttrokken worden.
Daardoor krijg je dus botontkalking en alle gevolgen van dien. Geen
enkele rauwvoerder zal (orgaan)vlees verstrekken zonder bot.
Vraag 3:
“Ik wil graag de overstap maken naar rauwe, zelf samengestelde voeding. Maar
hoe ben ik er van verzekert dat mijn hond niks tekort komt?”
Antwoord:
Natuurlijke rauwe
voeding, het zelf samenstellen, is meer dan een “doe maar wat dieet”. Het
vergt enige oriëntatie vooraf. Zolang je de zogenaamde
“prooidierpercentages” aanhoudt ( dat wil zeggen: 50-60% spiervlees, 15-20%
bot en 15-20% orgaan ) dan zal je hond niks tekort komen. Deze percentages
zijn gebaseerd op de wijze waarop een heel prooidier in elkaar zit, het zijn
dus de meest natuurgetrouwe percentages.
Vraag 4:
“Maar honden worden toch agressief van rauw vlees. Gaan ze er geen dieren
door doden?”
Antwoord:
Nee hoor. De afkomst en
de opvoeding spelen hierbij een rol. Honden die rauwe voeding krijgen willen
alleen soms hun eten meer gaan verdedigen: want het is natuurlijk wel heel
lekker al dat verse voedsel! Honden zien net als kleine kinderen niet het
verband tussen hun voeding en hun afkomst. Een klein kind weet immers ook
niet waar zijn hamburger vandaan komt. Honden leggen het verband ook niet
tussen levende dieren en het vlees wat ze te eten krijgen. Zelfs niet als je
gehele prooidiertjes zoals hele konijnen voert.
Vraag 5:
“Als ik zelf de voeding wil bereiden, moet ik dan naast spiervlees,
orgaanvlees en bot nog wat bijgeven?”
Antwoord:
Nee in principe niet!! Je
zou één keer in de week je hond een rauw visje kunnen geven ( let op: het
verhitten van vis zorgt voor splinterbare graten ) denk hierbij aan makreel,
sardientjes, zalmkoppen.
Een wolf krijgt in de
natuur ook nagels, haren en veren binnen van het prooidier. Indien je geen
hele prooidieren voert of geen vuile pensen doe je er goed aan om dit
“zogenaamde ruwe vezel” ( klein percentage onverteerbare stof die zorgt voor
een goede darmwerking ) te simuleren. Dit kun je doen door bijvoorbeeld aan
elke maaltijd 2 eetlepels zemelen of gemalen noten toe te voegen.
Je kunt ook enkele malen
per week wat rauwe eieren toe voegen. Geef een rauw ei echter wel in zijn
geheel.
Zuivel mag ook met mate
gegeven worden, denk hierbij aan yoghurt of kefir.
Vraag
6:
“Wat is allemaal geschikt om te geven aan de hond?”
Antwoord:
Schaap:
*Alle
niet-dragende botten kun je geven als calciumbron, dus bijv. nek,
ribben, schouderblad.
*Alle dingen
die orgaanvlees zijn, ook lever.
*Pens
*Kop
*Spiervlees
Van lam kun je alle bovengenoemde items geven, daarnaast alle
botten.
Geit
/ hert / ree:
*Alle
niet-dragende botten kun je geven als calciumbron, dus bijv. nek,
ribben, schouderblad.
*Pens
*Alle dingen
die orgaanvlees zijn, ook lever.
*Spiervlees
*Kop
Van geit (jong of volwassen) en van een jong hert/ree kun je alle
bovengenoemde items geven, daarnaast alle botten.
Rund:
*Alle
niet-dragende botten kun je geven als calciumbron, dus bijv. nek,
ribben, schouderblad.
*Strot
*Kopvlees
*Snijlingen/spiervlees
*Pens
*Alle dingen
die orgaanvlees zijn, ook lever.
Van een kalf kun je alle bovengenoemde items geven, ook alle botten,
inclusief staart.
Gevogelte:
In zijn
geheel, eventueel inclusief veren die als ruwe vezel dienen.
Denk bij
gevogelte aan: kip, eend, kwartel, parelhoen, fazant, eendagskuikens.
Konijn & haas:
*Alles kun je
geven, ook compleet met haren en kop etc.
Overig:
Hamsters,
ratten, cavia's etc. kan allemaal in zijn geheel gegeven worden. Van
struisvogel is het heel geschikt, de botten zijn eigenlijk te
hard.
Vis:
Afhankelijk
van de grootte van de vis, kun je deze in zijn geheel geven of de rauwe
afvalproducten zoals koppen en filet. Ook de graten kun je probleemloos
geven, deze "tellen" als bot. Een hele vis is een compleet prooidier,
met orgaan, "spiervlees" en "bot".
*Zalm
*Wijting
*Tonijn
*Koolvis
*Sardines
*Makreel
*Ongepekelde
haring
*Kabeljauw
*Tong
Tekst: Ester
Overman
Vragen kunt u stellen over voeding
aan
Ester Overman
|