![]() ![]()
|
|
|
Er zijn drie soorten vlooien, n.l.: de hondenvlo, de kattenvlo en de mensenvlo. Deze drie kunnen allen zowel op de hond als op de kat voorkomen. De mensenvlo komt bijna niet meer voor. De kattenvlo komt drie keer zo veel voor als de hondenvlo.
VLO
De vrouwtjesvlooien zijn het grootst en kunnen wel 50 eitjes per dag leggen en dat 100 dagen achter elkaar. Deze hele kleine (wittige) eitjes vallen uit de vacht van uw hond of kat op de grond. Dat kan overal zijn, b.v. in de mand, op het kleed, in de tuin etc.
Wanneer deze eitjes rust krijgen, komen er na twee tot vier dagen larven uit de eitjes. Deze larfjes zijn zo'n vijf millimeter lang. Zij kruipen in gaatjes en spleetjes of diep in het vloerkleed weg. Na twee a drie weken gaan deze larfjes zich verpoppen. Als pop kunnen zij wel 18 maanden in leven blijven! Onder invloed van trillingen komt de pop uit en... er is weer een nieuwe vlo!
Hoe warmer het is, des de sneller gaat de ontwikkeling van ei tot vlo. In de zomermaanden kan 1 vlo wel ongeveer 1900 vlooien per maand als nageslacht hebben! Tegenwoordig, met centrale verwarming in de huizen, gaat de ontwikkeling van vlooien 's winters gewoon door. Vlooien kunnen niet tegen de kou en gaan dood wanneer ze aan de vorst blootgesteld worden. Hoe merkt U dat uw dier vlooien heeft? Ziet U uw hond regelmatig jeuken, krabben en bijten? Grote kans dat hij dan vlooien heeft. Volwassen vlooien zuigen n.l. bloed en dat gaat jeuken. U kunt met een stuk vochtig keukenpapier over de vacht van uw huisdier wrijven: indien er rode vlekjes op het papier komen, weet U dat het vlooien heeft. Het keukenpapier wordt namelijk rood door de aanwezige vlooienpoep.
Vlooienbestrijding: In geval van een vlooienplaag is het noodzakelijk de cyclus van de vlo op 2 plaatsen te onderbreken.
1-Volwassen vlooien: Hiervoor zijn zeer veel producten op de markt, maar helaas werken vrij veel hiervan niet meer voldoende, omdat de vlooien er immuun voor geworden zijn. Neem een goed middel, wat zeer effectief is, erg veilig, en gebruiksvriendelijk. Er zijn vlooienbestrijdingsmiddelen als poeder, als spray, en als pipetten, die wat makkelijker zijn voor lastig in te sprayen honden met een lange of dichte vacht, te koop. Kammen met een vlooienkammetje is geschikt voor controle op vlooien, controle van de huid- en vachtconditie, verwijderen van dode haren, maar absoluut onvoldoende als bestrijding. Vlooienpoepjes die men uit de vacht kamt kan men van zand en vuil onderscheiden door deze op een natte tissue te leggen. Vlooienpoepjes geven na kort tijd een rode verkleuring, en zand of vuil niet.
2-Eieren, Larven en poppen: Deze komen voor in de omgeving van het dier, en worden bestreden met stofzuigen omgevingssprays. Er is een product voor bestrijding van deze levensfasen van de vlo dat niet in de omgeving toegepast wordt, maar toegediend wordt aan de hond of kat: dit product voorkomt dat de eitjes uitkomen. Als er al een plaag aanwezig is werkt het veel te traag om deze onder controle te krijgen, want het werkt niet tegen de al aanwezige vlooien, eitjes, larven en poppen. Stofzuigen: Werkt redelijk goed om de omgevingsbesmetting te verminderen, maar de weggekropen larven en poppen zijn moeilijk op te zuigen. Hierdoor is meestal nog een omgevingsspray nodig.
Omgevingssprays: Veel goedkope sprays werken alleen tegen volwassen vlooien, en hebben gezien de levenscyclus van de vlo dus niet of nauwelijks effect. Gebruik deze spray vooral waar stofzuigen onvoldoende effect heeft: hoeken, kieren, plinten, onder meubels, meubels waar de hond vaak op ligt, kleedjes en tapijt, auto, en indien van toepassing de schuur of garage.
Preventieve vlooienbestrijding: Deze kan het beste het hele jaar door toegepast worden, omdat vlooien binnenshuis het hele jaar door problemen kunnen geven. Welke vorm van vlooienbestrijding het meest geschikt is hangt af van de omgevingsomstandigheden, en vooral van de gevoeligheid van het dier. Dieren die niet zo gevoelig zijn voor vlooien (dus geen vlooienallergie of een andere huidallergie), kunnen goed behandeld worden met een antivlooienmiddel, het hele jaar door. Alle honden en katten in huis moeten behandeld worden. Tijdens de zomer en het najaar kunnen er zoveel vlooien aanwezig zijn (afkomstig van buiten of andere dieren) dat er ondanks gebruik van allerlei middelen vlooienoverlast op kan treden. Dieren die gevoelig zijn voor vlooien, omdat ze een vlooienallergie of een andere huidallergie hebben, moeten zo min mogelijk gebeten worden door vlooien, omdat heel weinig vlooienbeten al heel veel klachten kunnen geven. Bij deze dieren moet vlooienbestrijding het gehele jaar doorgaan, en er moet een middel gebruikt worden dat uitwendig op de huid blijft zitten, om zoveel mogelijk beten te voorkomen. Voor de honden geldt dat regelmatige vachtverzorging en controle met een vlooienkammetje verstandig is om problemen vroeg te onderkennen. Regelmatig stofzuigen en kleedjes wassen hoort uiteraard ook tot de preventieve vlooienbestrijding.
Luizen zien we gelukkig niet zo meer zo vaak. Alle dieren kunnen er last van hebben, maar we zien ze vooral bij niet goed verzorgde honden. Ook puppies kunnen er een enkele keer voorlast van hebben. Bij vogels komen veerluizen en rode bloedluis regelmatig voor. Er zijn vele soorten luizen. Hieronder ziet U op de foto's een aantal voorbeelden. De meest opvallende klacht bij de zoogdieren is jeuk en haaruitval. Vooral het kop en hals gebied vinden luizen een leuk "woongebied". De luizen leggen eieren (z.g neten) die ze aan de haren van de gastheer of vrouw plakken. Ze kunnen ook via kontact met een andere hond, hondenmand of deken overkruipen.
Met een netenkammetje of een fijne vlooienkam zijn luizen en neten gemakkelijk te vinden tussen de haren. Bij twijfel kunnen we altijd nog een haarmonster onder de microscoop bekijken. Na herstel van hygiëne en vachtverzorging is de aandoening goed en gemakkelijk te behandelen met uitwendige wasmiddelen. Slechts wanneer er grote groepen dieren behandeld moeten worden, kost het wat meer moeite. Maar het zal altijd lukken.
Deze kleine, ei leggende, insecten veroorzaken schurft bij onze huisdieren. Oorschurft: Wordt veroorzaakt door de oormijt. Komt zeer regelmatig voor. Vooral jonge katten en honden zijn er gevoelig voor. Klachten: Jeuk aan de oren, veel viezigheid in de oren.De rondkruipende diertjes kunnen een flinke irritatie in de uitwendige gehoorgang geven. De mijten, die over het trommelvlies kruipen, geven vaak een schrikreactie bij de gastheer of vrouw. Therapie: Met speciale oorzalven zijn bij de hond goede resultaten te behalen. Huidschurft: Sommige soorten mijten kunnen ernstige klachten geven. Deze insecten kunnen bij alle zoogdieren voorkomen, dus ook bij de mens. De mijten die zich in de huid graven,zijn het lastigst te bestrijden.Er zijn ook bloedzuigende mijten en, als derde groep de roofmijten die van ander ongedierte leven maar irritatie bij de gastheer geven. Klachten: Heftige jeuk, haaruitval, huidbeschadigingen, korstvorming. Relatief weinig mijten kunnen ernstige klachten over het gehele lichaam geven.Soms zijn ze lastig te vinden met een gericht huidonderzoek. Er zijn vaak meerder huidmonsters nodig om er een te vinden. Therapie: Met een goed, doelgericht, bestrijdingsmiddel is deze aandoening goed te behandelen.
Jeugdschurft: Deze vorm van huidschurft, die vrijwel uitsluitend bij de hond voorkomt noemen we hier apart, vanwege de specifieke, vaak zeer hardnekkige, klachten en de problemen bij de behandeling. Deze vorm van schurft komt vooral bij jonge dieren voor, maar ook volwassen honden kunnen last van krijgen. Gevreesd is de vorm, waarbij de gehele huid besmet raakt.Te zien zijn meestal huidbeschadigingen aan de kop, hals en poten. Klachten: Vaak weinig jeuk, wel roodheid en huid beschadigen. Omdat de gravende, zeer kleine, mijten de onderhuid chronisch irriteren, zie je dat er secundair bacteriële infecties kunnen ontstaan. De diagnose is lastig te stellen omdat er maar weinig mijten nodig zijn om toch ernstige klachten te kunnen geven. Ze zijn moeilijk te vinden, omdat ze zich diep in de huid verstoppen, tussen alle ontstekingshaarden. Therapie: Hoe uitgebreider de infectie, hoe lastiger de therapie. Belangrijk is dat de behandeling lang genoeg doorgezet wordt, met zowel uitwendige als inwendige schurftmiddelen. De patiënt moet regelmatig gecontroleerd worden. De behandeling mag gestopt worden, wanneer we er zeker van zijn dat er geen enkele levende mijt (of eitje) meer aanwezig is. De secundaire gevolgen, zoals bacteriële huidinfecties en allergische reacties dienen ook behandeld te worden. Teken en de ziekte van Lyme
Wat zijn teken? Teken zijn kleine spinachtige insecten die vooral in bomen en struiken zitten. Ze variëren in grootte van een halve tot enkele millimeters. Ze worden zelden groter dan een centimeter. Teken zijn parasieten. Ze leven van bloed dat ze opzuigen bij mensen en dieren.
Sommige teken zijn besmet met een bacterie, die via een beet kan worden overgebracht op mensen en dieren.Op deze manier kan uw hond de ziekte van Lyme (Lyme’s disease) oplopen. Teken zitten bijna altijd in bomen, struiken en hoge grassen. Als een mens of dier passeert, laat de teek zich vallen en probeert zich vast te bijten in de huid van het slachtoffer.
De meeste tekenbeten komen voor in bos- en duingebieden, maar teken voelen zich ook thuis in parken en zelfs kleine stadstuintjes. Tekenbeten komen het vaakst voor als het een beetje warm en vochtig is. Sommige jaren zijn er heel veel teken, andere jaren bijna geen. Behandel uw hond, regelmatig met een middel tegen vlooien en teken.Controleer 's avonds na verblijf in de natuur de huid op de aanwezigheid van teken. Zoals gezegd kunnen ze bijna overal zitten. Wat je in ieder geval nóóit moet doen: de teek verdoven met alcohol, ether of andere middelen. Daardoor zou de teek kunnen braken en zijn ziektekiemen alsnog overdragen. Lyme is een plaatsje in de Amerikaanse staat Connecticut, waar in 1975 een epidemie uitbrak van gewrichtsaandoeningen. Na intensief onderzoek bleek de boosdoener een bacterie (Borrelia burgdorferi), die door teken werd overgedragen. Er bestaat nog geen vaccin tegen Lyme op de markt. De ziekte kun je dus niet met medische middelen voorkomen. De ziekte is niet besmettelijk. Mensen en dieren kunnen elkaar niet besmetten. Mensen kunnen ook niet besmet raken door teken te verwijderen bij andere mensen of bij honden. Bestrijding: · Tekentang (altijd meenemen )
· Uitwendige tekenbestrijding (bv frontline of scaliborband)
Teken en Babesiosis In landen rond de Middellandse Zee en in de tropen en subtropen zijn ook andere ziekten van belang, welke met name ook een risico voor de hond betekenen. Een voorbeeld hiervan is Babesiosis (=piroplasmosis), veroorzaakt door een eencellige parasiet (Babesia canis). Overdracht van deze ziekten vindt doorgaans pas 48 uur na het aanhechten plaats. De belangrijkste symptomen zijn: matige tot hoge koorts, bloed in de urine, geelzucht, bloedarmoede en vergroting van de milt. Als u bijv. met uw hond naar Frankrijk, Italië of Spanje op vakantie wilt gaan, bedenk dan, dat uw hond tegen deze ziekte geen afweerstoffen heeft opgebouwd. Voorbehoedende enting is mogelijk, maar moet bestaan uit een paar vaccinaties om een behoorlijke immuniteit op te bouwen. Daarna volstaat een jaarlijkse herenting. !!! De Tekenkoorts (Babesiosis) is nu ook in Nederland !!!
Teken en Ehrlichiose Deze ziekte komt vooral voor bij uit zuidelijke landen geïmporteerde honden, of honden die mee zijn geweest op vakantie, maar is ook een enkele keer geconstateerd bij een hond die niet buiten Nederland is geweest. Het is in Nederland dus vrij zeldzaam. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een parasiet die zich nestelt in witte bloedcellen en in de wanden van bloedvaten. De Duitse Herder lijkt gevoeliger te zijn voor deze ziekte dan andere rassen. De incubatietijd = tijd tussen besmetting en ziekte is 5 – 20 dagen, waarna uw hond de volgende klachten kan krijgen: · Eerst treedt de acute fase op met koorts, braken, benauwdheid, niet willen eten, sloomheid, opgezette lymfeklieren en soms een verhoogde bloedingneiging. Aan de acute fase kunnen zwakke dieren overlijden. Deze fase duurt 2 – 4 weken. · Dan volgt een periode zonder verschijnselen, zodat het lijkt of de hond beter is. In deze fase, die maanden tot jaren kan duren, heerst er evenwicht tussen de weerstand van de hond en de parasitaire infectie. In deze fase kan de hond periodes hebben met koorts en slechte eetlust. · Aansluitend kan een chronische fase aanbreken. Dit gebeurt echter niet bij alle honden, en is onder andere afhankelijk van de weerstand en conditie van de hond. De ernst van de chronische fase kan variëren, en kan mild of ernstig verlopen, waarbij er een zeer uitgebreid scala aan symptomen kan optreden. De ernstige vorm van de chronische fase kan gepaard gaan met sloomheid, vermageren, verhoogde bloedingneiging, b.v neusbloedingen, ontstekingen aan de ogen, artritis, zenuwverschijnselen, braken, diarree, bloedarmoede. Het risico op doodbloeden is aanwezig, net als het risico dood te gaan aan een bijkomende infectie met een andere ziektekiem. Ook Ehrlichiose is met een antibioticumkuur vrij goed te behandelen, maar dieren met een slechte weerstand kunnen aan de gevolgen van de ziekte overlijden.
|
|
Bericht aan
Webbeheerder
Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel neem contact op met uw dierenarts. |