![]() ![]()
|
|
|
Het ellebooggewricht en LPA.
Het processus anconeus (PA) is een uitsteeksel van de ellepijp dat direct in een speciaal gat in de bovenarmbeen past, als de elleboog gestrekt is en zo stabiliteit aan het gewricht geeft. Bij enkele hondenrassen is dit PA op jonge leeftijd( tot ongeveer 5½ maand) door een groeischijf gescheiden van de ellepijp. De groeischijf is het meest kwetsbare gedeelte van het hondenskelet. Het loslaten van de groeischijf geeft dus LPA. Omdat de LPA naast het daarvoor bestemde gat prikt, geeft dit pijn en kreupelheid en leidt op den duur tot artrose. Het loslaten van de groeischijf kan verweten worden aan twee mogelijke oorzaken. De onregelmatige groei van het spaakbeen en ellepijp( zoals bijv. bij de basset) of doordat het gewricht niet goed past. LPA komt ook weer voornamelijk voor bij middelgrote en grote rassen.
Diagnose: De honden vertonen kreupelheid en pijnreactie bij het strekken van de elleboog. De verschijnselen die bij LPA passen, zijn zichtbaar op een röntgenfoto. Behandeling: Als het PA niet geheel heeft losgelaten, kan de behandeling bestaan uit het operatief behandelen van de Incongruentie. Het LPA kan dan weer vastgroeien. In veel gevallen zal echter het LPA verwijderd moeten worden en de eventueel aanwezige artrose zal behandeld moeten worden. Het moge voor zich spreken dat als er tevens OCD en/of LPSM wordt aangetroffen dat deze afwijkingen ook behandeld dienen te worden. Anders zal de kreupelheid nauwelijks afnemen. Het resultaat echter hangt af van de mate waarin artrose reeds gevormd is op het moment van opereren. Preventie: LPA is aanwezig binnen bepaalde rassen en daarin binnen bepaalde lijnen. Daarom kan men denken aan een erfelijke aandoening, dit is echter nog niet vastgesteld. Inventarisatie en eventuele foktechnische maatregelen lijken noodzakelijk |
|
Bericht aan
Webbeheerder
Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel neem contact op met uw dierenarts. |